J.G. Schepersweg



Wie is J.G.Schepers ?
Wat heeft hij voor Witteveen betekend?
geschreven door Engbert de Vries


Johannes Gerardus Schepers (Geert Schepers) leefde van 1893 – 1971 en was getrouwd met Geziena Maria Robben. Zij leefde van 1893- tot 1981.
In 1927 trouwden ze.

Geert Schepers kwam als jonge ondernemer in 1926 naar Witteveen. Hij kwam uit het Drentse Schoonebeek en kwam na informatie ingewonnen te hebben bij de burgemeester van Oosterhesselen terecht in ons dorp, waar men net met de ontginning was begonnen. Geert zijn vader was boer in Schoonebeek en zijn moeder kwam uit Barger Oosterveld. Zij waren katholiek en Geert was ook zeer gelovig. Als 12-jarig kereltje was Geert al schaapherder en leerde daarbij breien. Op jonge leeftijd ging hij werken in een bakkerij/maalderij in Duitsland. Dat was hard werken en hij verdiende daar weinig geld mee. Daarna ging hij werken bij een bakker in Schoonebeek, waar hij meester bakker werd. Hij las een stuk in de krant over het ontginningsdorp Witteveen en dacht dat is mijn kans. Na een gesprek met de burgemeester werd hij nog meer gestimuleerd om een nieuwe bakkerij in Witteveen op te zetten. Hij mocht zelf bepalen waar hij de bakkerij exact wilde bouwen. Op een ruim stuk grond werd een droge plek gezocht. Vlak ernaast en er schuin tegenover in het plantsoen was het erg drassig. De bakkerij staat nu nog op dezelfde plek. Hij kon van zijn oom Hein geld lenen om de nieuwe bakkerij te bouwen. Aanvankelijk woonde hij in Westerbork bij fietsenhandel Boer (nu Meursinge) en zijn aanstaande vrouw woonde bij familie Jipping in Witteveen. Samenwonen voor het trouwen was toen nog niet gebruikelijk. Toen de bakkerij gereed was, ging het ondernemersechtpaar trouwen en in de bakkerij wonen en zo probeerden ze een goed bestaan in Witteveen op te bouwen en dat is uitstekend gelukt.
Er werden twee jongens en twee meisjes groot gebracht. Zoon Bertus woont nu nog naast de bakkerij en is ondertussen al 76 jaar en kleinzoon Gerard runt nu de bakkerij. Kleinzoon Herman heeft een bakkerij in Sleen en achterkleinzoon Jordy heeft de bakkerij in Westerbork. Een echte bakkersfamilie dus.


Aanvankelijk werd er ook brood gevent in Nieuw-Balinge, maar de verkoop van brood en kruidenierswaren in Witteveen werd steeds groter omdat er steeds meer bewoners kwamen. In de verschillende huizen woonden wel tien personen (inclusief kostgangers) en in de verschillende barakken werden ook nog ontginners gehuisvest. Over klandizie had Schepers niet te klagen en zo kon hij het geleende geld aflossen. Geregeld ging hij op de fiets naar oom Hein in Schoonebeek met een doos sigaren, bonbons en geld om de hypotheek af te lossen. Om een gegeven moment zag zijn oom hem op een motor verschijnen en later zelfs in een auto. Oom Hein vroeg hem of hij misschien een geldboompje op zijn erf had staan, want hij stond er versteld van hoe vlot het geleende geld werd terug betaald. Ja, wat wil je, bijna alles wat in het dorp werd uitgegeven, ging naar de bakker/kruidenier. Familie Schepers verkocht namelijk van alles: wit, bruin, grijs brood, roggebrood en verschillende soorten koek (sucade koek, oude wijven, krentenkoek, ontbijtkoek, kantkoek) en ook nog alle kruidenierswaren, zoals suiker, koffie, thee, stroop en dat moest toen eerst nog worden afgewogen op de weegschaal in de winkel. Verder kochten de dorpsbewoners er boter (margarine en roomboter), Engels spek, dat erg zout was, asperines, sunligtzeep, klokzeep, soda en tabak, sigaretten en bier.
Zelfs schoppen, klompen, touw en andere noodzakelijke dingen werden er verkocht.
In het begin moesten zoons Broer en Bertus op maandagmorgen vroeg reclamebriefjes uitdelen op het kruispunt in Witteveen aan de kostgangers die na een weekend vrij Witteveen binnen kwamen om er te gaan werken (Volgens Bertus kwam er nl. concurrentie van een bakker uit Westerbork en die mocht toch geen klanten afpakken).
Dagelijks werden de boodschappenboekjes in het dorp en omtrek opgehaald, waarin de mensen de boodschappen opschreven die ze nodig hadden, een dag later werden de boodschappen dan bezorgd. De eerste jaren ging dat op een transportfiets met korf, later werd dat een bakfiets en tenslotte werd het een motorbakfiets.
Geert heeft eens een motor met zijspan aangeschaft, maar na één ritje hield hij dat voor gezien. Vlak voor de oorlog heeft hij nog zijn eerste nieuwe opel voor 1500 gulden gekocht in Hoogeveen, maar die werd in de oorlog gevorderd door de Duitsers. Iedere zondag gingen de familieleden naar de katholieke kerk in Hoogeveen. In de auto was dat een hele vooruitgang. Het was de eerste auto in een Witteveens gezin. De auto werd regelmatig gebruikt als taxi. Dominee Jumelet van de Hervormde Kerk tegenover werd zelfs door de katholieke familie naar de kerk in Schoonoord, waar hij preekte, gereden. Samen met nog enkele kapitaalkrachtigen heeft Schepers er voor gezorgd dat er een katholieke kerk in Beilen is gesticht.

De eerste oven waar dagelijks 300 tot 400 broden in werden gebakken, werd gestookt met takkenbossen. Deze takkenbossen kwamen uit de nabijgelegen bossen en uit Gees. Familie Van Veen hielp mee de takkenbossen te verzamelen en achter de bakkerij werden de takkenbossen opgestapeld zodat er een hele stapel lag. Zo groot dat er in de oorlog zelfs drie onderduikers in verstopt zaten. Zij kregen te eten van vrouw Geziena.
In de oven werden ook appeltjes gedroogd. De dorpsbewoners kwamen met hun geschilde appeltjes langs en er werden zelfs pinda’s in geroosterd die daarna in kleine zakjes werden verkocht. Ongeroosterde pinda’s werden in grote zakken aangeleverd.


Schepers was een hard werkende ondernemer die nooit geen nee wilde verkopen. Als de bewoners iets vroegen wat hij niet had, dan zorgde hij er voor dat het er de volgende week wel was. Als de klanten niet konden betalen dan kregen ze toch de boodschappen mee. Wellicht heeft hij niet alle geld ontvangen … Ook stond Schepers borg voor de verkoop van enkele paarden in Witteveen door een handelaar uit Borger, maar daar is hij maar snel mee gestopt. Hij was een harde werker die van ’s morgens heel vroeg tot ’s avonds laat in touw was. Geert had het op een bepaald moment zelfs zo druk dat hij wel vier knechten, waaronder Stoffer Hoiting aan het werk had.
Toen hij 55 jaar was had hij voldoende verdiend, maar was ook oud en versleten. Zijn zonen Bertus en Broer hebben het bedrijf toen op 15-4-1958 overgenomen. Het werd gesplist in een bakkerij en kruidenierswinkel. Geert en Geziena hebben nog twaalf en een half jaar bij Bertus en Riek in de bakkerij gewoond. Daarna zijn ze verhuisd naar Schoonloo en begraven in het dorp Barger Oosterveld. Geziena is het oudste geworden en heeft de laatste jaren in Coevorden gewoond.

Toendertijd kende uiteraard iedereen familie Schepers omdat ze centraal woonden en stonden in het dorp. Omgekeerd kende ook familie Schepers iedereen want ze kwamen bij iedereen over de vloer met hun boodschappen en hoorden de gezinsverhalen en zagen de gezinsomstandigheden. De familie stond altijd voor iedereen klaar ook na sluitingstijd en de auto werd regelmatig als taxi ingezet. En de eerste telefoon in Witteveen bij Schepers werd ook door velen gebruikt. Zoon Bertus baalde wel eens als hij ’s avonds weer iemand uit het dorp moest halen omdat er telefoon voor die persoon was of omdat hij een boodschap over moest brengen. Na Bertus en Riek betrokken Gerard en Rianne de bakkerij; bakkerij “De Toekomst” bestaat al meer dan 80 jaar! Nog steeds met familie Schepers dus.